Blij en niet-blij
In de laatste schoolweek rook de gang naar natte jassen, ook al regende het niet.
Misschien rook school altijd zo aan het einde. Alsof alle jaren nog even bleven hangen.
Onze klas was druk. Iedereen schreef in elkaars shirt. Bram tekende een voetbal op mijn rug. Iemand had chips meegenomen zonder te vragen.
Ik lachte mee.
Toch liep ik op een gegeven moment de gang in. Zomaar. Ik zei dat ik naar de wc moest, maar dat was niet waar.
Juf Marieke stond bij het raam. Ze had een stapel schriften in haar armen.
"Even stil?" vroeg ze.
Ik knikte.
Ze zette de schriften op de vensterbank. Buiten stonden de fietsen scheef tegen elkaar.
"Je hoeft niet blij te zijn omdat iedereen blij doet", zei ze.
Ik keek naar mijn schoenen.
"Ik ben wel blij", zei ik.
"Dat kan tegelijk", zei juf.
Daarna zei ze niets meer. Dat was fijn. Sommige volwassenen gaan praten zodra ze iets goeds hebben gezegd.
In de klas riep iemand mijn naam. Ik ging terug.
Bram vroeg waar ik was geweest.
"Wc", zei ik.
Hij knikte alsof dat antwoord genoeg was. Daarna tekende hij nog een pijl bij de voetbal op mijn rug. De pijl wees nergens heen. Dat vond ik ineens passend.
Aan het einde van de dag hing mijn shirt vol namen. Sommige kon ik niet lezen. Eén iemand had succes geschreven met twee c's. Dat liet ik zo. Niet alles hoeft verbeterd op de laatste dag.
Later, veel later, wist ik niet meer precies wat er op mijn shirt stond.
Wel dat juf bij het raam had gestaan.
En dat blij en niet-blij tegelijk mochten.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
