De kraanvogel in het hek
Sanne liep door het stadspark op weg naar oma. Bij het hek van de oude tuinvijver stond iets vreemds. Een hoge witte vogel. Met een lange kop. En één poot zat klem.
Het was een kraanvogel. Sanne wist dat omdat de juf een keer over kraanvogels had verteld.
De vogel keek Sanne aan. Hij zei niets, want vogels zeggen meestal niets.
Maar hij keek wel.
Sanne liep er voorzichtig naartoe. De poot zat tussen twee spijlen. Niet diep. Maar wel vast.
Verderop in het park werkte een man met een kruiwagen. Hij hoorde bij het park.
Sanne liep naar hem toe. "Er zit een grote vogel klem in het hek."
De man veegde zijn handen af. Hij pakte handschoenen uit zijn kruiwagen.
"Wijs maar."
Bij de vogel werkte hij rustig. "Hou jij even afstand", zei hij. "Hij kan schrikken."
Sanne stapte een stuk terug.
De vogel hield stil. Misschien begreep hij Nederlands. Misschien wist hij gewoon dat dit het juiste moment was.
De man duwde de poot zachtjes naar achter. Eerst gleed die niet. Toen wel.
De poot was los.
De kraanvogel sprong op. Hij keek nog één keer naar Sanne. Toen vloog hij. Niet meteen ver. Eerst even op een muurtje. Toen helemaal weg, over de bomen.
Sanne liep verder naar oma.
Bij oma vroeg ze waarom Sanne laat was.
"Een vogel", zei Sanne.
Oma knikte. Bij oma is dat soms genoeg.
Sanne dacht aan hoe een kraanvogel zou klinken als hij blij was. Sanne wist het niet, want de vogel had niets gezegd. Misschien deed hij het later, hoog boven de bomen.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
