Adem door het buisje
Het snorkelmasker drukte op mijn neus.
Dat was het eerste probleem.
Het tweede probleem was het buisje.
Volgens papa moest ik gewoon door mijn mond ademen.
Gewoon.
Dat woord hoort niet bij een plastic buisje in je mond.
We waren op Curaçao, bij een kleine baai met helder water. Aan de rand stonden tassen, slippers en een koelbox van tante Mirella. Zij woonde op het eiland en zei steeds: 'Poko poko.'
Dat betekende rustig aan.
Dat vond ik een goed vakantie-woord.
Ik stond tot mijn knieën in zee.
Het water was warm en bewoog zacht tegen mijn benen. Onder mij schoten kleine vissen weg als zilveren pijltjes.
'Ik blijf naast je', zei papa.
'Ik weet het.'
'Je hoeft niet ver.'
'Ik weet het.'
Ik wist veel.
Mijn buik wist iets anders.
Toen ik mijn gezicht in het water deed, werd de wereld meteen vreemd. Alles klonk dof. Mijn adem ging hard door het buisje. Alsof er een kleine stofzuiger in mijn hoofd zat.
Ik kwam weer omhoog.
'Niet fijn.'
Tante Mirella lachte niet.
Dat was goed.
'Poko poko', zei ze weer.
Ik probeerde opnieuw.
Eerst alleen kijken.
Dan ademen.
Dan één arm vooruit.
Papa bleef naast me. Ik zag zijn hand in het water, groot en wiebelig.
Toen zag ik iets donkerder bewegen.
Geen vis.
Groter.
Langzamer.
Een schildpad.
Die zwom niet haastig. Die zweefde bijna. Alsof het water een kamer was waar die precies de weg wist.
Ik wilde roepen.
Dat kan niet onder water.
Er kwam alleen een blub uit mijn snorkel.
Papa tikte zacht op mijn schouder. Hij had de schildpad ook gezien.
We bleven drijven.
Ik vergat even dat mijn masker kneep.
Ik vergat zelfs het buisje.
De schildpad kwam niet naar ons toe. Die moest niets van ons. Die zwom gewoon langs, met flippers die langzaam open en dicht gingen.
Toen was de schildpad weg achter blauw water en licht.
Ik kwam omhoog.
Mijn haar plakte aan mijn gezicht.
'Gezien?' riep ik.
Papa knikte.
Tante Mirella stak haar duim op vanaf het strand.
'Poko poko werkt', zei ze.
Ik spuugde een beetje zout water uit.
'Een beetje vies werkt ook.'
Daar moest papa om lachen.
Later aten we pasteitjes uit de koelbox. Mijn handdoek zat vol zand. Mijn masker lag naast me, nog steeds een beetje vervelend.
Maar niet meer eng.
Ik keek naar de zee.
Boven water leek alles gewoon blauw.
Onder water wist ik nu dat er langzaam iets voorbij kon komen zonder iets te zeggen.
En dat je soms rustig genoeg moet worden om het te zien.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
