Alleen in de kano
Op het meer bij oma's huis was een kano. Een echte. Geen speelgoed. Die lag onder een dekzeil bij de aanlegsteiger.
Opa had me gisteren geleerd hoe je peddelt. Vandaag mocht ik alleen.
"Niet verder dan tot het hek aan de overkant", zei opa.
"Goed."
"En als je terug wil, terug."
"Goed."
Ik stapte in de kano. Die wiebelde meer dan ik had verwacht. Ik ging zitten en wachtte tot die stil was.
Ik peddelde. Eerst onhandig. Toen wat beter.
De kano gleed door het water. Niet snel. Maar wel.
Vanaf de aanlegsteiger leek ik kleiner. Opa op de aanlegsteiger werd kleiner. Ik voelde me alleener.
Op het meer was het stil. Echt stil. Niet stadse stilte. Een soort water-stilte.
Ik hoorde alleen mijn peddel die in en uit het water ging, en heel ver weg een vogel.
Ik peddelde naar de helft. Daar stopte ik. Niet omdat ik moest. Omdat ik wilde kijken.
De kano dreef rustig.
In het water onder me dreef een waterlelie. Die was helemaal open. Geel met witte randen.
Daarachter dreef een tweede.
Toen een hele rij. Een soort stippel-pad van waterlelies, helemaal naar het hek aan de overkant.
Ik peddelde voorzichtig erlangs.
Bij het hek draaide ik om.
Op de terugweg was opa nog op de steiger. Hij zat op een omgekeerde emmer. Hij keek naar mij. Hij wuifde niet.
Ik wuifde ook niet.
Dat was niet uit onbeleefdheid. Het was omdat we allebei wisten dat dit een rustig moment was waar wuiven niet bij hoorde.
Ik legde aan. Opa hielp me uit de kano.
"Hoe was het?"
"Stil", zei ik.
Opa knikte. We trokken het dekzeil weer over de kano.
De kano lag er weer, zoals altijd.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
