De kaart in de fietstas
In mijn fietstas zat een kaart die ik er niet in had gedaan. Geen echte landkaart, maar een blaadje uit een schrift met straten erop. Sommige straten klopten. Andere niet.
Bovenaan stond: naar de rode deur.
Ik kende geen rode deur in onze buurt. Dat was precies waarom ik de kaart niet meteen weggooide.
Na school fietste ik de eerste straat in. De kaart zei links bij de bakker. Daarna rechtdoor tot de boom met de scheve stam. Die boom bestond echt.
Bij de scheve boom stond een steeg. Op de kaart stond een kruisje.
Ik stapte af en liep de steeg in. Aan het eind zat een tuinpoort. Rood. De verf was oud, maar nog rood genoeg.
Aan de poort hing een briefje.
NIET VERGETEN: TUINPLANTEN WATER.
Toen wist ik het. De kaart was van de buurman, die altijd alles tekent omdat hij woorden vergeet.
Ik bracht de kaart terug.
De buurman keek naar de kaart en knikte. "Goede route", zei hij.
Dat vond ik ook.
Thuis tekende ik de route nog een keer over. Niet netjes, want de bochten waren moeilijker dan ze op straat leken. Ik zette er een ster bij de bakker en drie stippen bij de scheve boom.
De volgende dag zag ik de buurman bij zijn voordeur. Hij had een gieter in zijn hand en een potlood achter zijn oor.
"Ik heb nu ook een kaart voor de glasbak", zei hij.
Ik vroeg of ik mocht kijken. Op die kaart stond niet alleen de glasbak. Er stond ook een poes, een lantaarnpaal en een stoeptegel met een barst.
"Die helpen", zei de buurman.
Ik begreep dat. Soms vind je de weg beter met dingen die niet op echte kaarten staan.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
