De pomp onder het viaduct
Onder het viaduct stond een fietspomp aan een ketting.
Ik kende die al, maar ik had die nog nooit gebruikt. Die hing naast een geel bordje waarop stond dat iedereen die mocht gebruiken. Dat vond ik een vriendelijk bordje. De meeste bordjes zeggen wat je niet mag.
Ravi en ik waren op weg naar huis toen we een man bij de pomp zagen. Zijn achterband was zo slap dat de fiets eruitzag alsof die net zuchtend was gaan zitten.
De man trok aan de slang van de pomp. Er gebeurde niets.
"Hij doet het niet", zei hij tegen niemand.
Dat was precies het soort zin waar Ravi en ik tegelijk voor stopten.
Ik keek naar de pomp. De slang zat in de houder gedraaid. Niet kapot, maar verkeerd. Mijn vader doet dat ook wel eens met de tuinslang en dan zegt hij dat water koppig is.
"Mag ik?" vroeg ik.
De man knikte.
Ik draaide de slang los. Ravi hield mijn fiets vast. De pomp maakte eerst een droog kuchje. Daarna kwam er lucht.
De band werd langzaam ronder. Niet meteen. Je zag het per pompje gebeuren, alsof de fiets moed verzamelde.
De man glimlachte. "Ik dacht al dat ik moest lopen."
"Deze pomp houdt niet van haast", zei Ravi.
Dat leek waar.
Toen de band hard genoeg was, fietste de man weg. Bij de uitgang van het viaduct draaide hij zich om en stak zijn hand op.
Wij reden daarna langzamer naar huis dan normaal.
Bij elke fietspomp die we de week erna langskwamen, knikte ik even.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
