Slapen bij Bram
Voor het eerst sliep ik bij Bram.
Ik had mijn rugzak voor twee nachten gepakt.
Mama zwaaide bij de deur en liep weer weg.
Ik volgde Bram naar de kamer.
Op de deur van Bram hingen drie blauwe hangers met namen.
Op de kamermuur waren bergenstickers en sterrenstickers.
Ik wist dat ik ze van dichtbij wilde bekijken.
We aten frietjes en gehaktballetjes met de moeder van Bram.
Het smaakte anders dan thuis, maar het was lekker.
Tijdens het eten kreeg ik plotseling iets in mijn keel.
Niet een prop maar een soort ver-weg-gevoel.
Ik dacht aan mama en ons huis en mijn eigen bed.
De vader van Bram zag het meteen aan mijn ogen.
"Heimwee?" vroeg hij heel rustig.
Ik knikte zonder iets te zeggen.
"Dat hoort erbij", zei hij.
"Heel even, en dan gaat het weer."
Hij vroeg of ik mama wilde bellen.
Eerst wilde ik dat.
Maar toen mama opnam, hoorde ik haar stem.
En ineens hoefde ik niet meer te bellen.
"Ik ben hier", zei ik.
"Ik denk het wel."
Mama lachte zacht en zei: "Slaap maar lekker."
Daarna gingen Bram en ik naar boven.
We poetsten samen onze tanden voor de spiegel.
De tandpasta van Bram smaakte naar aardbei.
Mijn tandpasta thuis smaakte naar pepermunt.
Het was raar dat zoiets simpels anders kon zijn.
We trokken allebei onze pyjama aan.
In de slaapzak ernaast voelde ik iets.
Geen heimwee meer, maar iets anders.
Misschien voelde ik me een beetje groter dan vanmorgen.
"Welterusten, Sven", fluisterde Bram.
"Welterusten", zei ik terug.
Buiten reed een auto rustig voorbij.
Het was even stil en toen sliep ik.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
