Mijn knie en de buurvrouw
Ik ging skateboarden op het pleintje. Niet ver van huis. Bram ging mee.
Ik wilde een kickflip. Ik kon die.
Maar deze niet. Mijn voet kwam scheef neer. Mijn knie draaide.
Ik viel.
Ik wist meteen dat het niet goed was. Niet stuk. Maar wel echt.
Bram kwam aanrennen. Hij wist niet wat hij moest doen.
"Bel mama", zei ik. "Werknummer staat in mijn telefoon onder werk."
Bram belde. Ik hoorde de stem van mama in de telefoon, ver weg.
Bram hield de telefoon bij mijn oor. "Mama zegt: ik bel buurvrouw Els ook even."
Ik zat op de stoeprand. Mijn knie klopte.
Na een minuut of zes kwam buurvrouw Els.
Met de auto.
Buurvrouw Els keek naar mijn knie. Niet lang. "Komt goed."
Ik werd opgetild. Buurvrouw Els zei alleen: "Sterk gewicht voor zo'n knie."
Ik lachte een halve lach.
In de auto naar de huisarts vroeg buurvrouw Els niets.
Dat hielp.
De huisarts trok mijn been recht. Pijn. Korte pijn. Daarna minder.
"Niet gescheurd", zei de huisarts. "Wel verdraaid. Een week rust."
Thuis lag ik op de bank. IJzakje op de knie. Mama belde nog een keer vanaf werk.
"Sorry dat ik niet eerder kon", zei mama.
"Geeft niet", zei ik.
Het gaf wel een klein beetje. Maar ook niet veel.
Buurvrouw Els bleef in de keuken zitten met een kop koffie.
Mama kwam thuis tegen vijven.
Niemand zei veel.
Buurvrouw Els dronk de koffie op. Buurvrouw Els liep terug naar de eigen voordeur.
Mama maakte avondeten.
Ik lag op de bank, met het ijzakje warm geworden, en dacht: dit was thuis. Op een rare manier.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
