Verkeerd mooi
In Kasteeltuinen Arcen zei mama dat we het rozenpad gingen zoeken.
Dat klonk simpel.
Een pad met rozen eraan kon zich moeilijk verstoppen, dacht ik.
Dat was te vroeg gedacht.
Bij de ingang kregen we een plattegrond. Mama vouwde die open. De kaart was groter dan mijn broodtrommel en had meer lijntjes dan mijn rekenschrift. Er stond een kasteel op, een vijver, een heemtuin en ergens een rozentuin.
"We gaan gewoon rustig kijken", zei mama.
Dat betekent bij mama meestal dat we binnen tien minuten verkeerd lopen.
We liepen langs een vijver. Er zwom een vis onder het water. De vis kwam even boven en deed met de mond alsof die een geheim wilde vertellen. Daarna dook de vis weer weg.
"Daarheen", zei ik.
Ik wees naar een boog met planten.
Achter de boog was geen rozenpad. Wel een paadje met stenen en een bankje waar een man zijn boterham at. Hij keek op alsof hij al vaker mensen had gezien die dachten dat hij bij de rozen hoorde.
"Mooi pad", zei mama.
"Verkeerd mooi", zei ik.
Dat vond ze een goede soort mooi.
We kwamen in de heemtuin. Daar stonden planten die niet opschepten. Geen grote bloemen, geen kleuren die riepen. Gewoon groen, geel, klein, stekelig. Alsof de tuin zei: kijk maar goed, anders mis je mij.
Een jongen met een rood petje stond bij een bordje. Hij heette Finn, hoorde ik, want zijn oma riep hem drie keer.
"Weet jij waar de rozen zijn?" vroeg ik.
Finn keek naar onze kaart.
"Mijn oma zegt links", zei hij.
Zijn oma zei: "Rechts."
Finn zuchtte. "Ze verandert vaak van links."
We gingen samen rechts.
Dat was fout.
Toen links.
Dat was ook fout, maar beter fout. We kwamen bij een bruggetje. Onder ons liep water naar de Maas toe, zei mama. De rivier maakte daar ergens een bocht. Ik kon die niet goed zien, maar ik vond het idee fijn. Alsof groot water vlakbij stil meeluisterde.
Bij een klein hek stond een bordje met Arcense Heide. Mama las het hardop voor.
"Dat ligt hier in de buurt", zei ze.
Finn keek alsof hij al genoeg natuur had gezien voor vandaag.
"Heide prikt vast minder dan rozen", zei hij.
Dat wist niemand zeker. Planten hebben soms een geheim humeur.
We besloten het bordje te geloven en de heide voor een andere dag te bewaren.
Finn gooide bijna zijn pet in een struik toen hij een vlieg weg wilde slaan.
"Dit is een avontuurlijke tuin", zei hij.
"Vooral voor je pet", zei ik.
Toen rook ik iets.
Niet sterk.
Zacht en zoet, alsof iemand limonade voor bloemen had gemaakt.
We liepen de hoek om.
Daar waren de rozen.
Heel veel.
Rood, roze, wit en geel. Sommige stonden wijd open. Sommige waren nog dicht, alsof ze eerst wilden weten of wij aardig waren.
Mama keek blij naar de kaart. "Zie je wel."
"De kaart heeft niets gedaan", zei ik.
Finn knikte. "Wij hebben die uitgelaten."
We gingen op een muurtje zitten. Mama maakte een foto van een roos. Finn maakte een foto van zijn schoen naast een roos, omdat hij zei dat schoenen ook herinneringen verdienen.
Op de terugweg liepen we opnieuw verkeerd.
Deze keer expres een beetje.
Bij de uitgang vroeg mama of ik het rozenpad mooi vond.
Ik knikte.
Maar het zoeken vond ik eigenlijk beter.
Een tuin die je meteen snapt, is gewoon een tuin.
Een tuin waarin je verdwaalt, wordt even van jou.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
