De afdruk op de spiegel
Ik logeerde bij oma. In de logeerkamer boven.
De logeerkamer was klein. Een bed. Een kast. Een spiegel boven een ladekast.
Voor het slapen liep ik nog even naar de spiegel.
In de spiegel zag ik een afdruk. Een handafdruk. Wazig. Klein.
Niet mijn hand. Mijn hand was groter.
Ik veegde er met mijn pyjamamouw overheen. De afdruk ging weg.
De volgende ochtend keek ik weer. De afdruk was er weer.
Kleine vingers. Niet mijn vingers.
Ik liep naar beneden. Oma stond in de keuken. Ze schonk thee.
"Oma", zei ik. "In de spiegel boven zit een handafdruk. Een kleine."
Oma zette de kan neer. Ze keek mij aan.
"O ja", zei oma. "Dat is van mama."
"Mama?"
"Toen ze klein was. Ze woonde hier ook."
Oma liep mee naar boven. We keken samen in de spiegel.
"Dat is best raar", zei oma. "Ik veeg de spiegel schoon. Maar dat afdrukje komt steeds terug. Iets met de spiegel zelf, denk ik. De damp blijft overal zitten, behalve daar."
Ik keek nog eens.
Kleine vingers van mama, vroeger.
Na de logeerpartij vertelde ik het aan mama.
Mama lachte. "Ja", zei mama. "Die spiegel deed dat altijd al."
"Vond je het eng?"
"Nee", zei mama. "Ik dacht dat het een echte zus was. In de spiegel."
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
