De kano koos links
De kano was groener dan ik had gedacht.
Ook smaller.
Vooral smaller.
'Gewoon rustig instappen', zei mama.
Dat zeggen mensen altijd als iets juist niet rustig voelt.
We waren in de Ardennen. De rivier liep tussen bomen door. Het water maakte kleine rimpels en deed alsof het niets van plan was.
Ik kreeg een zwemvest.
Het zat hoog onder mijn kin.
Daardoor voelde ik me half kind, half kurk.
Papa stapte voorin.
Ik zat in het midden.
Mama zat achterin met de peddel en het gezicht van iemand die het stuur was.
'Daar gaan we', zei ze.
De kano ging niet daar.
De kano ging links.
Meteen.
Alsof links een afspraak was waar wij niets van wisten.
Papa duwde met zijn peddel tegen een steen. Mama riep dat hij niet moest duwen maar sturen. Papa zei dat duwen soms ook sturen was.
Ik hield de rand vast.
Heel stevig.
De rivier rook naar nat blad en steen. Boven ons hing een tak laag over het water. Onze groene kano gleed er precies onder.
'Buk', zei mama.
Papa bukte.
Ik bukte.
De tak veegde over mijn haar.
Niet hard.
Wel duidelijk.
Alsof de boom zei: welkom.
Daarna kwam een stukje sneller water.
Niet wild.
Maar de kano begon te wiebelen.
Mijn buik wiebelde mee.
'Ik wil even niet snel', zei ik.
'Ik ook niet', zei papa.
Dat hielp gek genoeg.
Als volwassenen ook iets niet willen, wordt het minder een kindergevoel.
Mama stuurde naar de rechterkant. Deze keer luisterde de kano bijna.
Bij een kleine strandplek mochten we uitstappen. Mijn voeten zakten in zachte modder.
'Bah', zei ik.
'Vakantiemodder', zei papa.
Dat maakte het niet minder bah.
Wel officieel.
We aten broodjes op een steen. Een libel hing boven het water als een blauw staafje met vleugels.
Op de terugweg mocht ik één keer peddelen.
Mama zei dat ik rustig moest doen.
Ik deed veel te hard.
De kano draaide een halve cirkel.
Papa keek ineens naar ons in plaats van naar de rivier.
'Mooi uitzicht', zei hij.
Ik lachte.
Niet omdat het niet spannend was.
Omdat spannend soms kleiner wordt als je er een rondje mee draait.
Aan het einde tilde de verhuurder de kano op de kant.
Mijn benen voelden nog even alsof ze water waren.
'Nog een keer?' vroeg mama.
Ik keek naar de rivier.
De rivier deed weer onschuldig.
'Niet vandaag', zei ik.
Daarna dacht ik even.
'Morgen misschien.'
Dat vond ik dapper genoeg.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
