Een uur alleen in de stad
Mama wachtte op me bij de bibliotheek. Om vier uur. Tot dan was ik vrij.
Een uur. Alleen.
Mama had me geld gegeven. Tien euro. "Voor iets te eten of een boekje. Niet alles aan snoep."
Ik knikte.
Ik liep weg. Ze keek me na, dat wist ik. Maar ik keek niet om.
De Hoofdstraat was druk. Mensen die haastiger liepen dan ik. Mensen die op telefoons keken. Twee jongens van ongeveer zestien die luid lachten.
Ik liep langzaam. Niet omdat ik niet wist waarheen. Maar omdat ik geen reden had om te haasten.
In een schuifraam zag ik mezelf. Een kind alleen in de stad. Iemand die even in een ander leven liep.
Dat was een rare gedachte. Ik bleef even stilstaan om die af te maken.
Ik liep door.
Ik kwam langs een bakkerij. Daar rook het naar warm brood. Ik kocht een croissant. Twee euro vijftig.
Ik liep met de croissant naar het pleintje bij de kerk. Ik ging op een bankje zitten. Ik at langzaam.
Naast me kwam een vrouw zitten. Ouder dan mama. Ze had een tas met boodschappen.
We zaten zonder te praten.
Na een tijd zei ze: "Mooie dag, hè?"
"Ja."
We zaten verder zonder te praten.
De vrouw stond op. Ze knikte naar me.
Ik knikte terug.
Na een tijd ging ik ook door. Naar een kleine boekenwinkel die ik nooit eerder had bekeken. Ik bladerde door drie boeken. Ik kocht er een. Ik weet niet meer welk. Iets met dieren.
Kwart voor vier liep ik naar de bibliotheek.
Mama wachtte. Ze glimlachte toen ze me zag.
"Hoe was het?"
Ik dacht na.
"Ik weet niet", zei ik.
Mama keek me aan. "Wat heb je gedaan?"
"Een croissant. Een boek. En op een bankje gezeten."
Mama knikte. Ze begreep dat het een uur was waar woorden te groot voor waren.
We liepen samen naar huis.
Klaar.
Leesmoment
May 22Bewaard op je plank.
