Voor groep 6
Drie regels uit het hoofd
De voorstelling van groep 6 was vrijdagavond.
Ik zat in de zaal. Tweede rij. Naast iemand thuis.
Mees stond in het stuk. Drie regels te zeggen. Die had Mees thuis honderd keer hardop geoefend. Wij wisten ze ook uit het hoofd.
Met z'n drieën stonden de rovers op het podium. Mees was de Tweede rover.
Mijn handen waren een beetje koud.
"Waarom voel jij dit?" had ik thuis aan iemand thuis gevraagd. "Het is Mees die straks moet praten."
"Familie van een vriend voelt het ook", had iemand thuis gezegd. "Niet zo veel. Maar wel."
Nu, in de zaal, voelde ik dat 'wel' meer dan ik dacht.
De Eerste rover sprak.
De Derde rover had één zin: 'Ik heb wel honger.' Daar lachte de zaal om.
Toen was Mees aan de beurt.
Mees stond stil.
Ik zag het gezicht van Mees goed vanaf rij twee. Mijn vriend zocht. Tweede rover, regel een. Weg.
De stilte op het podium was twee tellen lang.
Toen zei Mees: "Eh, wij rovers, hè, denken vaak hetzelfde, maar dan anders."
Dat stond niet in het stuk.
De Eerste rover keek opzij. Korte twijfel. Knikte. Improviseerde mee: "Klopt. Heel anders."
De Derde rover, die kleine: "Ik heb nóg wel honger."
De zaal lachte hard.
Mees herinnerde de tweede regel weer. Zei hem. Dan de derde. Goed.
Ik klapte aan het einde van de scene. Een beetje te vroeg. Iemand thuis klapte mee.
"Hoorde je dat?" fluisterde iemand thuis. "Verzonnen."
"Ja."
Ik voelde iets in mijn borst. Niet trots-zoals-ik-het-kende. Iets warmer en korter tegelijk.
Na afloop stond de hele zaal op. Een ovatie. Ook voor de Tweede rover, die niet wist hoe groot dat moment was.
Ik wist het wel.
Ik had het gezien vanaf rij twee.