Voor groep 6
Het decor van karton
Vrijdagmiddag bouwden Mees en ik samen het decor.
Wij hadden de bouw-rol gekregen, na de rolverdeling. Niet jaloers. Mees en ik zijn beide handig.
Het decor was een kasteelmuur. Op het podium, achter de prinses, in scene drie en vier.
Materiaal: kartonnen dozen. De juf had ze meegenomen. Veel.
Wij begonnen na de repetitie. In het lokaal, zonder de andere kinderen.
Mees stapelde drie dozen op elkaar. Ik vier ernaast.
"Hoog?" vroeg ik.
"Hoger."
Wij stapelden door. Vijf, zes, zeven dozen.
Mees stapte achteruit. "Goed?"
"Goed."
Dan viel de toren om.
Geen hoofdletter. Een zachte plof. Vier dozen op de grond. De vijfde rolde naar de gang.
Wij keken elkaar aan. Niemand zei iets.
"Plakband?" zei ik.
"Plakband", zei Mees.
Wij plakten. Doos op doos. Lange stroken, dwars overheen.
De toren stond weer. Wij stapten achteruit.
Dan viel de toren weer om. Andere kant nu.
"Plakband werkt niet", zei Mees.
Ik dacht na. Ik dacht aan de viskistjes thuis. Aan hoe iemand thuis de zelfgemaakte rugzak overeind had gehouden. Met driehoeken. Driehoeken zijn sterk.
"Driehoeken", zei ik.
"Hoe dan?"
Ik pakte plakband. Vouwde een lang stuk. Plakte het aan een doos van de muur, naar de grond. Een schuine lijn. Steun.
Mees pakte ook plakband. Wij plakten driehoeken aan beide kanten. Dwars naar de vloer.
De toren stond. Wij stapten achteruit.
Wij wachtten.
De toren bleef.
"Driehoeken", zei Mees. Knikte.
"Driehoeken", zei ik.
Wij gingen door met dozen stapelen. Driehoek tussen elk. De kasteelmuur werd hoger en hoger.
De regisseur kwam kijken om vier uur.
"Mooi", zei juf. Niets meer.
Dat hoefde ook niet.
Thuis vertelde ik iemand thuis: "Driehoeken werkten."
Iemand thuis keek niet op uit het boek. "Tuurlijk. Het is niet voor niets je-eigen-rugzak-wijsheid."
Misschien niet.
Maar nu was het ook van mij.