Voor groep 8
De buddy die niet stil was
Ik ben het kind, en onze klas kreeg een nieuwe leerling als buddy-opdracht.
Iemand moest rondleiden, uitleggen waar de wc was en doen alsof het rooster logisch was.
Mila wees naar mij.
"Jij bent attent", zei ze.
Ik voelde me meteen beschaamd, want attent klinkt alsof je altijd weet wanneer iemand hulp nodig heeft.
Dat is niet zo.
Ik mis soms zelfs dat mijn eigen veters los zijn.
De nieuwe leerling heette Noor.
Noor stond bedeesd bij de deur.
Tenminste, dat dacht ik.
Ze zei weinig en keek naar de grond.
Mijn vooroordeel stond al klaar met jas aan.
Bedeesd.
Verlegen.
Misschien bang voor alles.
Ik probeerde mijn oordeel te verhullen door overdreven normaal te doen.
Dat is moeilijk, want overdreven normaal is meteen niet normaal.
In de pauze vroeg Noor waar de basket lag.
Daarna scoorde ze drie keer achter elkaar.
Niet voorzichtig.
Niet zacht.
Gewoon raak.
Sem keek alsof zijn wereldbeeld een tik tegen het bord had gekregen.
Noor bleek helemaal niet zo stil.
Ze keek eerst.
Daarna deed ze mee.
Dat was haar ware aard misschien: niet langzaam, maar precies.
Ik zei dat ik haar in het begin verkeerd had ingeschat.
Noor haalde haar schouders op.
"Veel mensen doen dat", zei ze.
Niet boos.
Wel alsof ze de zin al vaker had moeten gebruiken.
Daarna vertelde ze dat ze thuis waarde hechten aan rustig beginnen.
Ik knikte.
Later dacht ik: misschien is dat ook aardig zijn.
Niet meteen iemand invullen.
Eerst leren kijken.