Voor groep 6
De zin op het podium
De auditie was in het speellokaal.
Dat klonk groter dan het was.
Het podium bestond uit drie lage blokken en een tapijt dat al veel drama had gezien.
Ik ben het kind, en ik wilde geen hoofdrol.
Dat leek me ongezond voor mijn knieën.
Toch gaf juf Noor mij een papier uit het scenario.
"Probeer deze scene", zei ze.
De regisseur was meester Bram.
Hij had een potlood achter zijn oor.
Daardoor leek hij meteen belangrijker.
Het personage heette Koning Bardo.
Koning Bardo moest boos zeggen dat de soep verdwenen was.
Dat was een probleem waar ik begrip voor had.
Voor mij stond Mees klaar als tweede acteur.
Ik kreeg plankenkoorts voordat ik op de planken stond.
Dat vond ik overdreven van mijn buik.
We moesten de scene twee keer repeteren.
De eerste keer zei ik soep alsof het een toets was.
Meester Bram gaf kritiek.
Niet gemeen.
Meer als: probeer het nog eens met meer soep in je stem.
De tweede keer keek ik niet naar de klas.
Ik keek naar de kapstok achterin.
Die oordeelde minder.
"Mijn soep is verdwenen!" riep ik.
De klas lachte.
Niet uitlachen.
Gewoon omdat soep verdrietig kon klinken.
Meester Bram knikte.
"Dat was positief interessant."
Ik wist niet of dat goed was.
Maar mijn buik ging weer zitten.