Voor groep 7
De rij voor bladzijde een
De bibliotheek had een stripmiddag georganiseerd.
Dat klonk alsof lezen eindelijk hardop mocht lachen.
Op een lange tafel lag een assortiment strips.
Dunne boekjes.
Dikke boeken.
Een speciale editie met glimmende kaft.
En een herdruk van een oude serie.
Volgens de biebjuf kon zo'n serie ineens weer in trek zijn.
Blijkbaar konden boeken ook een comeback maken.
Ik ben het kind, en ik wist niet dat boeken opnieuw beroemd konden worden.
Bij de ingang zat een tekenaar.
Hij zou signeren.
Niet zomaar zijn naam.
Hij tekende bij iedereen een klein figuurtje in het boek.
Voor mij stond Mees met een strip over een draak die naar school moest.
Die was educatief, zei het bordje.
Vooral omdat de draak leerde dat huiswerk niet vanzelf verbrandt.
Achter ons stonden twee kinderen te giechelen bij een strip die de directeur nadeed.
Daarin stond hij met een enorme sleutelbos.
"Dat is spot drijven met iemand", zei de biebjuf rustig.
"En dat kan grappig zijn, maar niet altijd aardig."
Ik moest aan mijn eigen tekeningen denken.
Soms maakte ik neuzen groter omdat dat makkelijk was.
Nu begon ik te beseffen dat makkelijk niet hetzelfde is als goed.
Toen ik aan de beurt was, vroeg de tekenaar wat ik wilde.
"Iets dat niet gemeen is", zei ik.
Hij keek niet raar.
Hij tekende een klein meisje met een potlood als zwaard.
Of een kleine jongen.
Eigenlijk kon je dat niet precies zien.
Dat vond ik juist sterk.
"Een personage hoeft niet alles meteen uit te leggen", zei hij.
Daarna zette hij zijn naam eronder.
Ik liep weg met mijn boek tegen mijn buik.
Het voelde alsof bladzijde een al iets van mij wist.