Voor groep 7
De grap met de kopieermachine
De aanleiding was simpel: de kopieermachine had weer papier gegeten.
Niet een beetje.
Een halve stapel.
Meester Bram stond erbij alsof hij een gewond dier toesprak.
Ik ben het kind, en ik moest daar natuurlijk een cartoon over maken.
Voor de schoolkrant.
Het probleem was de context.
Als je alleen meester Bram tekende met rook uit zijn oren, leek hij kwaad.
Hij was vooral moe.
Dat is iets anders.
Mees zei dat ik zijn gezichtsuitdrukking moest accentueren.
"Meer tragische wenkbrauw", zei Mees.
Dat klonk alsof wenkbrauwen ook huiswerk konden krijgen.
Ik tekende de machine als monster.
Daarna maakte ik de dialoog: "Ik heb honger", zei het apparaat.
Het lettertype zette ik expres schuin en cursief, zodat het gemener klonk.
Dat was grafisch gezien behoorlijk dramatisch.
Juf Noor keek mee.
"Wat is de strekking?" vroeg ze.
Ik zei dat apparaten soms doen alsof zij de baas zijn.
Dat vond ze treffend.
Maar toen zag meester Bram de tekening.
Hij lachte eerst.
Daarna wees hij naar zichzelf.
"Wilde je mij op de hak nemen?"
Even werd het stil in mijn buik.
Ik wilde geestig zijn, niet kwetsen.
Dus moest ik de grap verfijnen.
Meester Bram kreeg een koffiemok als schild.
De machine kreeg drie uitgekauwde werkbladen in zijn bek.
Nu symboliseren de rookwolken vooral maandagochtend.
Dat leek me verantwoord.
In de schoolkrant stond de tekening naast het nieuws over de nieuwe printer.
Meester Bram knipte hem uit.
Niet boos.
Meer alsof zijn reputatie tijdelijk van papier was.