Voor groep 5
Bus 14 rijdt vandaag niet
Hoi Mees,
Ik schrijf dit omdat ik te laat was.
Niet een beetje te laat.
Bus-veertien-komt-niet-te laat.
Bij de halte stond een bord.
OPENBAAR VERVOER VERTRAAGD.
Daaronder stond nog iets ergers.
Door de weersomstandigheden kan bus 14 niet rijden.
De app op de telefoon zei: over drie minuten.
Dat zei de app vijf minuten lang.
Mama zuchtte op een nette manier.
Dat is knap.
De lucht was guur.
Niet gewoon koud.
Guur is koud met slechte bedoelingen.
De wind trok aan mijn jas.
Alsof die wilde weten wat er in mijn zakken zat.
Verderop lag een tak op de weg.
Niet enorm.
Wel precies lastig.
Er reed een auto omheen.
Heel langzaam.
Alsof de auto ook eerst wilde nadenken.
"Daardoor kan het verkeer platliggen", zei mama.
Platliggen vond ik een raar woord.
Ik zag meteen auto's onder dekens voor me.
Volgens het nieuws kon een orkaan veel schade veroorzaken.
Dit was geen orkaan.
Maar de straat deed wel erg dramatisch.
Het weer was wisselvallig geweest.
Eerst droog.
Toen regen.
Toen wind.
Toen weer iets dat op regen leek.
Maar bozer.
We liepen uiteindelijk naar school.
Langs plassen die groter waren dan gisteren.
Mijn wangen werden koud.
Mijn tas sloeg steeds tegen mijn been.
Mama zei dat ik er bijna was.
Dat zei mama drie keer.
Bij de deur schudde ik mijn capuchon uit.
Er viel water op mijn schoen.
Natuurlijk.
Toen ik de klas binnenkwam, keek juf Noor op.
"Bus?" vroeg ze.
Ik knikte.
Meer uitleg was niet nodig.
Soms zegt één vervoermiddel genoeg.
Groet, Het kind