Voor groep 6
Het lunchlab
Op vrijdag werd de klas een lunchlab.
Dat betekende niet dat we soep in reageerbuizen kregen.
Jammer, vond Mees.
Ik ben het kind, en ik had pasta mee.
Juf Noor vroeg wat er in een voedzame lunch kon zitten.
Niet perfect.
Gewoon genoeg gevarieerd.
Op het bord stond eetpatroon.
Dat klonk alsof je ontbijt een soort dansje deed.
Pasta had koolhydraat.
Dat kon energie leveren.
Een ei had eiwit.
Een appel had vitamine en vezel.
Zuivel zat in de yoghurt van Mila.
Beau had hummus mee, gemaakt van een peulvrucht.
Dat paste ook bij een vegetariër.
Of bij iemand die hummus gewoon lekker vindt.
Dat mocht gelukkig ook.
Juf vertelde dat je lichaam energie kon verbruiken.
Wat je niet meteen gebruikte, kon het soms als vet opslaan.
Daarom was in balans eten handig.
Niet omdat je nooit iets lekkers mocht.
Wel omdat je lijf geen rommelkast is.
Op een kaart stonden onverzadigd vet en verzadigd vet.
Die woorden klonken alsof ze ruzie hadden.
Juf zei alleen dat je moet leren kiezen en afwisselen.
Een vleesvervanger kon soms ook voedzaam zijn.
Een calorie was een maat voor energie.
Dat vond ik grappig.
Alsof energie op een rapport stond.
Aan het eind keek ik naar mijn lege bakje.
Ik was voldaan.
Niet vol als een opgeblazen gymbal.
Gewoon klaar.