Voor groep 4
Brief over de wedstrijd
Lieve opa,
Gisteren was de wedstrijd in de buurt.
Ik schrijf het nu op.
Anders vergeet ik de score.
Eerst wilde ik niet meedoen.
Mijn buik was opgewonden.
Niet blij-opgewonden.
Meer springtouw-in-mijn-buik-opgewonden.
De juf zei: "Je mag zelf beslissen."
Dat hielp niet meteen.
Want beslissen is ook iets doen.
Ik overlegde met een kind uit mijn team.
"Doe gewoon de eerste ronde", zei die.
Dat klonk klein genoeg.
Dus ik deed mee.
Het fluitje van de juf klonk hard.
Piep!
Iedereen rende.
Ik ook.
Schoenen piepten op de vloer.
Mijn shirt plakte aan mijn rug.
De bal kwam ineens naar mij toe.
Veel te ineens.
Ik schopte toch.
Niet mooi.
Wel raak.
Eerst was ik sip.
De andere groep scoorde snel.
Onze score bleef nul.
Aan de kant hoorde ik gejuich.
Niet voor ons.
Dat is een raar geluid.
Alsof het langs je heen waait.
Later maakte ons team toch een punt.
Ik werd meteen opgewekt.
Misschien te opgewekt.
Ik sprong bijna tegen de bank.
De bank bleef staan.
Gelukkig.
Aan het einde stond er 3-2.
Niet voor ons.
Ik was teleurgesteld.
Dat schrijf ik gewoon op.
Mijn pen drukte hard in het papier.
Je ziet het bijna door de achterkant.
Na afloop moesten we overleggen.
Niet over wie schuld had.
Wel over de volgende keer.
Dat vond ik beter.
Volgende keer ren ik eerder terug.
Misschien.
Groetjes van het kind