Voor groep 5
Drie euro en een knip
Ik ben het kind, en ik had drie euro in mijn knip.
Mijn knip is zo'n portemonnee met een klik.
Die klik klinkt altijd rijker dan ik ben.
Op de schoolmarkt kon je alles kopen.
Nou ja, bijna alles.
Geen pony.
Wel cake, kaartjes en een beker limonade.
De tafels stonden door de hele gang.
Overal lagen prijskaartjes.
Dat maakt kinderen ineens heel zakelijk.
Ik had mijn budget thuis al bedacht.
Twee euro voor cake.
Eén euro voor iets doms dat leuk leek.
Dat is een officiële afdeling in mijn hoofd.
Bij de eerste kraam betaalde ik contant.
Ik gaf een munt aan een kind uit groep acht.
Dat kind telde alsof het bij een bank werkte.
Naast mij haalde Mees een bankbiljet uit een jaszak.
Een briefje van vijf.
Dat lag daar heel volwassen te doen.
Mees wilde meteen drie dingen kopen.
"Niet alles smijten", zei ik.
Dat klonk alsof ik mijn eigen oma was.
Bij de grabbelton stond een bordje.
EEN KEER GRABBELEN: 50 CENT.
Ik bleef lang kijken.
Misschien te lang.
"Je bent niet gierig", zei Mees.
"Je denkt gewoon traag met geld."
Dat vond ik een mooi compliment.
Beter dan krenterig.
Krenterig klinkt als een droog koekje.
Toen zag ik een kleuter zonder muntje.
De kleuter keek naar de grabbelton.
Niet zielig.
Gewoon heel graag.
Ik gaf mijn laatste vijftig cent.
Vrijgevig zijn voelt eerst een beetje alsof je verliest.
Daarna voelt het anders.
Lichter.
Mijn budget was nu kapot.
Maar de kleuter trok een glittergum uit de ton.
Die gum was lelijk.
Echt geweldig lelijk.
Mees keek ernaar en knikte.
"Goede aankoop", zei Mees.
Dat was mijn winst.