Voor groep 8
De capsule in het gymlokaal
Het gymlokaal was omgebouwd tot ruimtestation.
Dat betekende vooral: turnmatten, stoelen in een kring en een ventilator die dramatisch stond te blazen.
Ik ben het kind, en ik zat in de capsule.
De capsule was een kartonnen doos met twee ramen.
Volgens Sem was dat realistisch, zolang niemand nieste.
Onze missie was simpel.
We moesten een baan om de aarde simuleren zonder tegen de kast met hockeyspullen te botsen.
Mila had de procedure opgeschreven.
Stap een: lanceren.
Stap twee: koersen langs de maan, die vandaag werd gespeeld door een gele skippybal.
Stap drie: veilig terug.
Meester Bram vertelde dat de atmosfeer uit lagen bestaat.
De dampkring beschermt de aarde tegen straling en houdt lucht vast.
Boven die luchtlaag wordt de luchtdruk laag.
De lucht is daar ijl.
In het vacuüm is ademen geen optie.
Dat vond Sem een nogal duidelijke barrière.
We moesten ook gewichtloos bewegen.
Dat lukte niemand.
Mees sprong vooral langzaam.
Ik zweefde niet.
Ik landde gewoon zachter dan normaal.
Toch voelde het even alsof de gymzaal groter werd.
De lijnen op de vloer liepen evenwijdig als banen door een heel klein universum.
Toen de ventilator harder ging, begon de capsule te trillen.
Niet omdat we echt de ruimte in gingen.
Omdat Sem tegen de doos leunde.
Maar heel even vergat ik dat.
Heel even was het karton geen karton.
Het was een deur naar iets dat te groot was voor een lokaal.