Voor groep 8
Het luik onder het kleed
In de leeshoek lag een kleed dat altijd scheef schoof.
Daaronder zat een luik.
Niet groot.
Wel precies groot genoeg om iedereen tegelijk te laten huiveren.
Ik ben het kind, en ik wilde de sprong wagen om het luik open te doen.
Dat klinkt heldhaftiger dan het was.
Ik hurkte vooral langzaam.
Mila zei dat we eerst moesten navigeren door de feiten.
Feit een: het luik zat in de vloer.
Feit twee: er stond een stempel op met het woord archief.
Feit drie: Sem had al bedacht dat er vermoedelijk een wezen woonde dat oude toetsen opat.
Dat was een waanidee, maar wel een nuttig waanidee als je geen zin had in geschiedenis.
We trokken het luik open.
Daaronder zat geen kelder die ons kon verzwelgen.
Geen trap waarin je kon verzinken.
Alleen een ondiepe houten bak.
Er lagen vergeelde programmaboekjes in van schoolmusicals.
Een ritueel van vroeger, zei meester Bram later.
Elk jaar had groep 8 na de musical een boekje in de bak gelegd.
Niemand wist nog waarom.
Misschien omdat tradities soms beginnen zonder formulier.
In een boekje stond een foto van meester Bram als leerling.
Hij had een cape om.
Sem noemde dat bewijs dat fictie gevaarlijk dicht bij werkelijkheid kan komen.
Mila vond de vondst vooral fascinerend.
Ik ook.
Niet omdat het eng was.
Omdat iets onder je voeten jaren kan wachten zonder iets te zeggen.
We legden alles terug.
Daarna schoof het kleed weer scheef.
Dit keer expres.
Sommige geheimen hoeven niet op te vallen.
Ze hoeven alleen bereikbaar te blijven.