Voor groep 4
Omleiding naar het zwembad
Het zwembad zit al in het hoofd van het kind.
Chloorlucht.
Blauwe tegels.
Friet na afloop, misschien.
Vandaag is de fietstocht naar zwemles.
Mama fietst voorop.
De zwemtas bonkt tegen het stuur.
Bij de kruising staat een oranje bord.
De omleiding, leest mama hardop.
Het kind remt net op tijd.
Achter hen bromt een busje.
De bestuurder kijkt alsof wachten pijn doet.
Dat is knap.
Wachten kan niet eens een knie stoten.
"We moeten linksaf", zegt mama.
"Volgens mij rechtsaf", zegt het kind.
Aan een paal hangt de wegwijzer.
Er staat: zwembad.
Met een pijl.
De pijl wijst inderdaad rechtsaf.
Mama knijpt in de rem.
"Goed gezien."
Dat voelt groter dan het bord.
Het kind fietst nu naast mama.
De straat is smaller.
Een hond blaft achter een raam.
De zwemtas bonkt nog steeds.
Bij de tweede kruising twijfelt mama.
Het kind kijkt eerst naar de stoep.
Dan naar de pijl.
Dan naar het water achter de huizen.
"Daar is het zwembad."
"Dan volgen we jou", zegt mama.
Dat klinkt een beetje officieel.
Alsof het kind ineens kapitein is.
Niet van een schip.
Van een fiets met een bonkende tas.
Door het raam ziet het kind water rimpelen.
Ze komen later aan dan normaal.
Maar niet te laat.
In de kleedkamer zegt mama: "Zonder jou reden we rondjes."
Het kind lacht.
Rondjes zijn prima.
Maar niet met zwemles.