Voor groep 4
De verkeerde afslag
Ik mag alleen naar de brievenbus.
Dat klinkt groter dan het is.
De brievenbus staat drie straten verder.
In de buurt zijn dat geen wereldreizen.
Toch stop ik de routebeschrijving in mijn jaszak.
Op het briefje staat: het kind, eerst rechtdoor.
Dan bij de bakker links.
Daarna de afslag naar het plein.
Ik zeg het zacht mee.
Alsof mijn mond een kaart is.
Bij de bakker ruikt het naar brood.
Dat helpt niet met nadenken.
Ik loop rechtdoor.
Te rechtdoor.
De straat wordt ineens vreemd.
Ik zie de rotonde met bloembakken.
Die ken ik niet.
Ik voel de richting uit mijn hoofd glijden.
Niet helemaal.
Maar wel een beetje.
Ik begin te dwalen.
Dat klinkt als iets uit een bos.
Maar het kan dus ook naast een snackbar.
Ik haal het briefje uit mijn zak.
De vouw zit precies door de afslag.
Typisch.
Ik draai het papier om.
Dan zie ik een huis met een rood dak.
Dat huis ken ik.
We passeren het altijd na school.
Als ik dat huis nader, weet ik genoeg.
Ik moet terug naar de bakker.
Daarna pas links.
De brievenbus staat er nog.
Alsof die nooit heeft getwijfeld.
Ik schuif de envelop erin.
Klep dicht.
Klaar.
Op de terugweg groet ik het rode dak.
Niet hardop.
Dat zou overdreven zijn.
Maar in mijn hoofd wel.