Voor groep 4
Brief uit de nieuwe straat
Lieve Mees,
We zijn gisteren aangekomen.
In de auto zei iemand: "We arriveren bijna."
Dat klonk alsof we op vakantie gingen.
Maar dit is geen vakantie.
Dit is ons nieuwe huis.
De bestemming stond in de telefoon.
Een blauwe stip bleef maar draaien.
Die stip wist meer dan ik.
Dat vond ik irritant.
We wilden de straat om drie uur bereiken.
Dat lukte niet.
We waren haastig.
De verhuisdozen stonden scheef in de gang.
Op een doos stond mijn naam.
Op een andere doos stond: borden.
Daar zaten natuurlijk sokken in.
Verhuizen is niet altijd logisch.
Ik moest de postcode opschrijven voor school.
Die cijfers voelen nog niet van mij.
De woonplaats ook niet.
Ik schrijf alles wel netjes.
Anders denkt de juf dat ik slordig ben.
Mijn kamer heeft een raam naar een boom.
In die boom zit een zwarte vogel.
Die keek naar mij.
Alsof ik in zijn woonplaats kwam wonen.
Sorry vogel, dacht ik.
Ik ben ook nieuw.
Vandaag liep ik naar de hoek.
Daar staat een winkel met groene letters.
Ik kocht geen snoep.
Dat schrijf ik erbij.
Anders geloof je mij niet.
Ik mis jou wel.
Niet de hele tijd.
Soms vergeet ik het even.
Dan zie ik iets raars.
Zoals die vogel.
Dan wil ik het meteen aan jou vertellen.
Dus schrijf ik deze brief.
Groetjes van het kind