Voor groep 5
Niet op het wak stappen
De klas ging naar een klein poolmuseum.
Dat was eigenlijk één zaal.
Maar met heel veel kou in foto's.
Aan de muur hing een jas met een dikke rand.
Die jas keek warmer dan mijn jas.
Ik ben het kind, en ik had handschoenen mee.
Binnen was dat overdreven.
Toch voelde het verstandig.
Bij de ingang stond een oude sneeuwscooter.
Die was rood.
En groter dan ik had verwacht.
Sam zei dat hij ermee naar gym wilde.
Juf Noor keek naar de gang.
"Daar is de gang niet breed genoeg voor."
Daarna zagen we een vloerplaat van nepijs.
Mijn schoenen maakten er geen geluid op.
Dat vond ik verdacht.
In het midden zat een donker gat.
"Een wak", zei de gids.
Niet echt water.
Wel echt genoeg om niet op te willen staan.
Je voeten geloofden het sneller dan je hoofd.
Naast het wak lag een harpoen achter glas.
De gids vertelde dat mensen die vroeger gebruikten bij de jacht.
Niet als speelgoed.
Niet als stoer ding.
Gewoon omdat eten vinden daar moeilijk kon zijn.
In zo'n jachtgebied ging het niet om spannend doen.
Het ging om genoeg eten.
Op een foto stond een kajak.
Die zag er smal uit.
Alsof je er eerst toestemming aan moest vragen.
Verderop hing een bord over kariboe.
Die dieren konden rondtrekken door kou en sneeuw.
Buiten op het museumplein stond een waterbak.
Daarin dreef ijs.
Een stukje touw was vastgevroren aan de rand.
Ik trok eraan.
Het touw bewoog niet.
"Vastvriezen", zei Mila.
Ik deed alsof ik dat al wist.
Dat was niet helemaal waar.
Maar mijn handschoenen waren ineens toch nuttig.
Ik liet het touw met rust.
Sommige dingen in musea hoef je maar één keer te testen.