Voor groep 7
Land onder de tafel
Voor aardrijkskunde moesten we Nederland in een schoenendoos bouwen.
Niet helemaal.
Alleen het deel waar water altijd mee wil praten.
Ik ben het kind, en ik kreeg de blauwe verf.
Dat was gevaarlijk veel verantwoordelijkheid.
Ons landschap werd eerst vooral plat.
"Dat klopt", zei juf Noor.
"Maar plat is niet hetzelfde als simpel."
We maakten dijken van klei en waterwerken van ijsstokjes.
Mees tekende de zeespiegel als een rode streep.
Die streep keek behoorlijk zelfverzekerd.
Meester Bram legde inpolderen uit met een spons.
Water eruit, land erbij.
Ik vond dat opmerkelijk brutaal van mensen.
Alsof je tegen een plas zegt: deze kamer is vanaf nu van ons.
Op een kaartje schreven we oer-Hollands bij molens en kaas.
Daarna haalde juf Noor haar wenkbrauw op.
"Typisch kan kloppen", zei ze, "maar typisch is nooit alles."
Dus voegden we flats toe.
Een voetbalveld.
Een bushalte waar niemand blij keek.
Dat was karakteristiek voor dinsdagochtend.
Mila wilde ook klederdracht maken van servetten.
Het werd nostalgisch, zei ze.
Ik vond het vooral kreukelig.
Aan het eind moest onze maquette representatief zijn.
Niet perfect.
Wel eerlijk genoeg.
Ik plakte een fietser scheef naast de dijk.
Nederland leek ineens minder op een plaatje.
Meer op iets dat steeds droog probeert te blijven en ondertussen naar school moet.