Voor groep 7
Lijnen over de kaart
Op het digibord stond een wereldkaart.
Niet zo'n kaart waar alles netjes stil ligt.
Deze had pijlen.
Ik ben het kind, en ik vond pijlen meteen onrustig.
Juf Noor liet zien hoe mensen emigreren en immigreren.
Weggaan uit een land.
Aankomen in een ander.
Mila zei dat haar opa vroeger naar Canada wilde.
Sem zei dat zijn oma juist naar Nederland kwam.
Ineens leek het vaderland niet voor iedereen hetzelfde woord.
We praatten over moedertaal.
Bij mij was dat Nederlands.
Bij anderen thuis klonk ook Turks, Pools of Arabisch.
Op school leerden we standaardnederlands.
Maar juf Noor liet ook een stukje streektaal horen.
Dat klonk alsof woorden een jas uit de buurt droegen.
Daarna kwamen lijnen over handel drijven.
Nederland ging spullen exporteren, maar haalde ook veel binnen.
Dat kon wereldwijd invloed hebben.
Soms goed.
Soms niet.
We kregen ook het woord kolonie.
En voormalig.
Een voormalige kolonie is geen bezit meer, zei juf Noor.
Dat zei ze rustig, maar niet klein.
Ze wees naar een overzees gebied op de kaart.
Geschiedenis kon dus nog steeds schaduw maken.
We spraken over godsdienstvrijheid en levensovertuiging.
Wat je gelooft.
Of juist niet gelooft.
Dat mag verschillen.
Toch kunnen landen elkaar blijven beïnvloeden.
Door taal.
Door handel.
Door verhalen die lang blijven hangen.
Aan het eind trok ik geen nieuwe pijl.
Ik gumde er een half uit.
Niet omdat de pijl weg moest.
Omdat een lijn op een kaart nooit het hele verhaal vertelt.