Voor groep 8
De tekst die niet hoefde te dissen
De rapworkshop begon met een beat uit de speaker.
Iedereen ging meteen rechter zitten.
Alsof een beat automatisch zegt: doe even alsof je cool bent.
Ik ben het kind, en ik moest een tekst schrijven over de buurt.
Sem wilde beginnen met dissen.
Niet iemand specifiek.
Gewoon algemeen dissen, zei hij, alsof beledigen een soort weersverwachting was.
Mila zei dat dat snel respectloos wordt.
Onze gastdocent knikte.
Hiphop kon scherp zijn, zei hij, maar scherp is niet hetzelfde als grof in de mond zijn.
Je kunt iets aan de kaak stellen zonder iemand plat te maken.
Daarna vertelde hij over de hiphopscene en jongerencultuur.
Over graffiti als expressie.
Over breakdance op pleinen.
Over straattaal die ritmisch kan klinken, zelfs als je niet alles meteen begrijpt.
In een oud artikel stond het woord getto.
Ook verloedering kwam voorbij.
De gastdocent zei dat je zulke woorden niet zomaar op elke wijk plakt.
Achterstandswijk trouwens ook niet.
Woorden kunnen hard landen als je ze lui gebruikt.
Dat vond ik een irritante volwassen zin.
Maar ook waar.
Mijn tekst ging eerst over een rivaal die ik niet had.
Dat was onhandig.
Daarna schreef ik over de fietsenmaker naast school, die altijd zegt dat een kapotte ketting geen karakterfout is.
Dat vond Sem minder stoer.
Mila vond het beter.
Ik ook, een beetje.
Het muziekgenre hoefde niet te schreeuwen om echt te zijn.
Soms zit de kracht juist in precies genoeg durven zeggen.
Niet provoceren om het provoceren.
Wel laten horen wat je ziet.