Voor groep 8
De studio naast het kopieerapparaat
Het muzieklokaal werd voor een middag een geluidsstudio.
Dat klonk professioneler dan het was.
De microfoon stond naast het kopieerapparaat, dat af en toe zuchtte alsof het ook een carrière wilde.
Ik ben het kind, en ik mocht producer zijn.
Dat betekende dat ik achter de laptop zat en deed alsof ik wist welk knopje paniek veroorzaakte.
We maakten een debuut als klasgroep.
Een single, zei Sem.
Een oefenbestand, zei Mila.
Zij wint vaker met realistische woorden.
We mochten een stukje van een oud trommelritme samplen.
Daaronder zette ik een zachte bas.
Mila had inspiratie uit een lied van haar opa.
Sem wilde improviseren met een pseudoniem.
Hij koos eerst Donderbaas.
Daarna Rapraket.
Daarna zei Mila dat stilte ook een optie was.
Het contract met de school was simpel: geen namen noemen, geen gemene grappen, alles terugzetten.
Dat laatste bleek het moeilijkst.
Meester Bram vertelde over een label en een platenmaatschappij.
Over hoe muziek commercieel kan worden zodra mensen er geld aan willen verdienen.
Onze notering in de hitlijst bestond voorlopig uit drie kinderen die met hun hoofd knikten.
Toch voelde het als een doorbraak toen de opname lukte.
De geluidsdrager was gewoon een bestand op de laptop.
Niet spannend.
Wel van ons.
Sem vroeg of er een album kwam.
Mila zei dat we eerst deze ene track moesten kunnen terugvinden.
Dat was verstandig.
En een beetje pijnlijk.