Voor groep 7
Het baken bij het hek
Op het schoolplein stond ineens een paaltje met een lamp erop.
Een baken, zei de beheerder.
Voor de fietsenstalling en avondactiviteiten.
Ik ben het kind, en ik vond baken meteen een ernstig woord.
Alsof ons plein nu ook schepen verwachtte.
Boven op het dak lag een zonnepaneel.
Dat leverde overdag energie voor het paaltje.
Energiezuinig, zei juf Noor.
Niet omdat het lui was.
Omdat het slim met stroom omging.
In de klas rekenden we met lumen.
Dat was de eenheid voor hoeveel licht een lamp geeft.
Mijn hoofd gaf op dat moment ongeveer drie lumen.
Toch moesten we meten of de lamp genoeg licht gaf.
Niet bij volle zon.
Dan win je altijd.
We wachtten tot het donkerder werd onder de overkapping.
De lamp gaf een lichtsignaal toen de sensor iets zag bewegen.
Mees sprong expres heen en weer.
De sensor bleef beleefd.
Een keer ging hij te laat aan.
Toen moesten we de hoek corrigeren.
Meester Bram liet ook een schema zien van een glasvezelkabel.
Daarin kan licht razendsnel seinen door een dun draadje.
Een laserstraal moest je natuurlijk niet in iemands ogen richten.
Dat zei hij voordat iemand grappig kon gaan doen.
Op het digibord verscheen een lichtkrant met bewegende letters.
Van dichtbij zag je elke pixel.
Van veraf werd het gewoon tekst.
Buiten flitste in de verte weerlicht.
Heel even leek het plein groter.
Het paaltje ging aan.
Niet spectaculair.
Wel precies genoeg.
Ik dacht: soms is licht vooral goed als je er niet over struikelt.