Voor groep 8
Het prototype dat bijna luisterde
Voor de toekomstmarkt moesten we een prototype maken.
Niet een echt product.
Een idee dat ongeveer deed alsof het later al bestond.
Ik ben het kind, en mijn groep bouwde een broodtrommel die advies gaf.
Futuristisch, zei Sem.
Irritant, zei Mila, want een boterham moet niet ineens persoonlijk worden.
Ons gadget had een kartonnen klep en een lampje.
Als je fruit vergat, ging het lampje knipperen.
Dat was het hoogstandje.
Niet enorm, maar wel vernuftig voor iets met plakband.
Mila vond het concept innovatief.
Sem noemde het interactief, omdat hij tegen de trommel praatte en de trommel soms openviel.
De constructie was driedimensionaal, maar ook scheef.
Meester Bram vroeg wat het profijt was.
Ik zei dat je op termijn gezonder kon lunchen.
Sem zei dat techniek staat voor niets.
Daarna viel het lampje eruit.
De techniek stond dus even voor de tafel.
We maakten een tweede versie.
Praktisch gezien was die beter.
De klep bleef dicht.
Het lampje werkte.
Alleen het advies bleef ongewis, want de trommel kon niet echt denken.
Dat was misschien maar goed ook.
Een broodtrommel met mening is dichtbij sciencefiction.
Toch voelde ik me verwachtingsvol.
Niet omdat ons prototype meteen operationeel was.
Maar omdat een stom idee kon evolueren tot iets minder stoms.
De tijd zal het leren, zei meester Bram.
Dat vond ik een nette manier om te zeggen: nu nog niet.