Voor groep 4
Een snufje te veel
Op vrijdag rook de klas naar soep.
Dat was nieuw.
Meestal rook de klas naar gum.
Of naar natte mouwen.
Juf Noor had een recept op het bord gezet.
Daaronder stond: eerst voorbereiden.
Dus handen wassen.
Mouwen omhoog.
Niet proeven met je vinger.
Groentesoep.
Hartig, stond erbij.
Dus geen koek.
Dat vond Sam jammer.
Het kind moest de wortels wassen.
Het koude water spatte op de mouw van het kind.
Dat hoorde blijkbaar bij koken.
Sam mocht roeren.
Mila mocht het snufje zout doen.
"Eén snufje", zei juf Noor.
Mila keek heel precies.
Alsof zout kon wegrennen.
Toen niesde Sam.
Mila schrok.
Er viel meer zout dan gepland.
"O", zei Mila.
Dat was een klein woord.
Maar haar gezicht werd groot.
Juf Noor proefde met een lepeltje.
"Bijzonder", zei ze.
Niet boos.
Wel dorstig.
Het kind pakte extra water.
Sam sneed nog een tomaat.
Mila keek naar de pan.
"Ik heb de soep verpest."
"Nog niet", zei het kind.
Dat klonk dapperder dan het voelde.
Ze moesten doorzetten.
Water erbij.
Tomaat erbij.
Even roeren zonder paniek.
Dat was moeilijker dan roeren met paniek.
Nog even wachten.
De sfeer werd weer rustiger.
Toen proefde juf Noor opnieuw.
Ze knikte.
"Nu smaakt het naar soep."
Mila glimlachte voorzichtig.
Bij de eerste hap was het kind tevreden.
Niet omdat de soep perfect was.
Omdat de soep gered was.
Mila nam ook een hap.
"Nog steeds een beetje zout", zei ze.
"Maar nu op een gewone manier."