Voor groep 4
Brief van de kinderboerderij
Lieve opa,
Vandaag waren we bij de kinderboerderij.
Ik schrijf dit met vieze handen.
Een beetje maar.
Eerst kreeg ik een kadetje.
Voor mezelf, zei mama.
Maar een geit keek ernaar.
Toen voelde het kadetje niet meer helemaal van mij.
Daarna mochten we bij de kuikens kijken.
Eén kuiken was donzig.
Alsof het van warm stof was gemaakt.
Naast het hok lag een stukje eierschaal.
Juf Noor zei dat het kuiken daaruit was gekomen.
Dat vond ik bijna niet geloofwaardig.
Zoiets kleins uit zoiets kleins.
Buiten stond een paard.
Niet gewoon groot.
Kolossaal.
Het hoofd van het paard was bijna reusachtig naast mijn hand.
Ik moest een tekening maken.
Op ware grootte, stond op het bordje.
Dat paste natuurlijk nooit op mijn papier.
Dus ik moest het paard verkleinen.
Veel.
Daarna tekende ik het kuiken ook.
Dat hoefde bijna niet kleiner.
Het paste makkelijk naast mijn naam.
Mama zei dat groot en klein allebei echt zijn.
Dat wist ik al.
Maar vandaag zag ik het beter.
Een eierschaal kan een begin zijn.
Een paard kan te groot zijn voor een blad.
En een geit kan doen alsof mijn lunch van iedereen is.
Die geit had ongelijk.
Meestal.
Groetjes van het kind