Voor groep 4
De japon uit de kist
In de klas stond een verkleedkist.
De kist rook naar stof.
Niet naar viezig stof.
Meer naar zolder en feest tegelijk.
Er lag ook een sjaal in.
En drie handschoenen.
Geen paar.
Dat vond Sam verdacht.
Juf Noor zocht kleding voor de voorleesmiddag.
Iedereen mocht iets kiezen.
Maar niets met glitters in de ogen.
Sam pakte meteen een kostuum.
Het had brede strepen.
Mila vond een japon.
Rood.
Glanzend.
Met knoopjes die niets deden.
Onder de japon zat nog een onderjurk.
"Waarom twee jurken?" vroeg Sam.
"Omdat één blijkbaar te makkelijk was", zei Mila.
Het kind mocht een hoed uitkiezen.
De eerste was te groot.
De tweede gleed over één oog.
De derde zat goed.
Een beetje elegant zelfs.
Dat woord gebruikte juf Noor.
Sam ging meteen pronken met zijn kostuum.
Hij liep door de klas alsof er muziek was.
Er was geen muziek.
Alleen het piepen van zijn schoenen.
Mila keek in het raam.
"Ben ik ijdel als ik dit mooi vind?" vroeg ze.
"Alleen als je het raam meeneemt", zei het kind.
Toen moesten ze lachen.
Juf Noor zei dat kleren verhalen konden maken.
Dat klopte misschien.
Sam was ineens een minister zonder land.
Mila was iemand uit een oud schilderij.
En het kind was iemand met een hoed.
Meer wist niemand nog.
Toen begon juf Noor met het verhaal.
Ineens zat de klas niet meer gewoon in lokaal drie.
Dat was precies de bedoeling.
En ook een beetje gek.
Maar dat was genoeg voor een begin.