Voor groep 4
Het hesje van de gangdienst
Op maandag kreeg groep vier gangdienst.
Dat klonk belangrijk.
Het was vooral deuren openhouden.
En zeggen dat rennen geen vervoer is.
Dat klonk minder groot.
Maar ook nodig.
Juf Noor gaf vier kinderen een geel uniform.
Eigenlijk was het een hesje.
Maar uniform klonk sterker.
Het kind kreeg er ook een.
Op de rug stond SCHOOLHULP.
Met letters die niemand kon missen.
Sam keek naar het merk in zijn eigen trui.
"Mijn trui heeft een sneller merk", zei hij.
"Merken rennen niet", zei Mila.
Dat was jammer voor de trui.
Bij de kapstok zei meester Otto: "Kleren maken de man."
Daarna keek hij naar Mila.
"En soms de mens", zei hij snel.
Mila knikte alsof hij net op tijd was.
Het kind voelde zich eerst raar in het hesje.
Iedereen zag ineens de gele kleur.
Bijna te veel.
Alsof het hesje harder praatte dan het kind.
Toen kwam een kleuter met losse veters.
De kleuter stond midden in de gang.
Heel klein.
Heel boos op de schoen.
Het kind wees naar de bank.
"Daar kun je zitten."
De kleuter deed het.
Daarna liep de kleuter weer door.
Zonder dank je.
Dat doen kleuters soms.
Toch voelde het goed.
Het hesje maakte het kind niet groter.
Het maakte de taak duidelijker.
Aan het eind hing het kind het uniform terug.
De gele kleur bleef nog even in het hoofd.
Als een lampje dat uit mocht.