Voor groep 6
Survival zonder verdwalen
Meester Bram legde een survivalgids op tafel.
Dat boek zag eruit alsof het meer buiten was geweest dan wij.
Ik ben het kind, en ik voelde me meteen een halve avonturier.
Een kwart misschien.
We leerden over de wildernis.
Niet om er morgen heen te gaan.
Meer om te weten dat stoer doen vaak een slecht plan is.
De expert in het boek zei dat sommige planten eetbaar zijn.
Andere planten kunnen stoffen bevatten waar je ziek van wordt.
"Dus niet zomaar op bladeren kauwen", zei meester Bram.
Niemand had dat van plan.
Maar goed om zeker te weten.
Op een plaatje stond hoe je een wondje moest ontsmetten.
Dat hielp om problemen te voorkomen.
Ook moest je insecten vermijden als dat kon.
Niet omdat elk insect gevaarlijk is.
Wel omdat je geen extra jeuk hoeft te verzamelen.
Na tien minuten transpireren in de warme klas vond ik survival al behoorlijk inspannend.
Mees bouwde ondertussen een verblijf van stoelen en gymmatten.
Het dak zakte twee keer in.
"Spectaculair", zei Mees.
Dat was waar.
Vooral als je onder het dak zat.
Aan het einde mochten we één regel opschrijven.
Ik schreef: de beste survival is voorkomen dat je dom doet.
Meester Bram las het.
Hij knikte langzaam.
Alsof dat misschien in de volgende survivalgids mocht.