Voor groep 6
Jungle achter glas
Ik ben het kind, en ik dacht dat de jungle ver weg was.
Dat was ook zo.
Maar blijkbaar kon een stukje jungle achter glas wonen.
We gingen met de klas naar een tropische kas.
Binnen voelde het meteen alsof mijn jas ontslag nam.
Het was niet oorverdovend, maar wel druk.
Water drupte.
Bladeren ritselden.
De gids zei dat het leek op het regenwoud in de tropen.
Overal hingen bladeren.
Een klimplant kroop langs een paal omhoog.
Aan het dak hing een liaan.
Niet om aan te slingeren.
Dat stond nergens, maar ik voelde de regel.
Bij een demonstratiebed hing een klamboe.
Die hield muggen en ander ongedierte weg.
Mees vond dat handig.
Ik vond vooral dat een bed met gordijnen meteen beroemd deed.
Bij de vijver stond een bord over de bloedzuiger.
Niet om bang van te worden.
Wel om afstand van te houden.
Verderop hing een foto van een insectenbeet.
Daar kon huidirritatie bij komen.
De gids zei dat je in zulke gebieden goed moest opletten.
Niet paniekerig.
Gewoon slim.
In de kas wemelden kleine vliegjes boven het water.
Dat woord paste precies.
Alsof de lucht ineens kruimels had.
Aan het eind zei juf Noor dat sommige mensen het regenwoud een paradijs noemen.
Ik snapte dat.
Maar een paradijs met plakhaar blijft werk.