Voor groep 7
Niet op het voetstuk
Voor de weekopening mochten we iemand nomineren.
Een held uit de school.
Ik ben het kind, en ik dacht meteen aan iemand die een brand bluste.
Dat was lastig, want er was geen brand.
Meester Bram zei dat heldhaftig niet altijd heroïsch hoeft te zijn.
Soms is het initiatief nemen terwijl niemand kijkt.
Mila wilde Sem voordragen.
Hij had vorige week zijn brood gedeeld.
Sem keek alsof hij liever onder de tafel woonde.
Mees wilde de beheerder nomineren.
Die repareerde elke dag dingen zonder lofzang.
Ik wilde eerst mezelf noemen.
Niet hardop natuurlijk.
Alleen in mijn hoofd, waar eigenbelang minder genant is.
Toen dacht ik aan Sara.
Zij hielp al weken een jongen uit groep 4 met lezen.
Ook als het misging.
Ook als hij boos werd.
Dat was volharden.
Zich opofferen klonk te groot.
Maar Sara gaf wel steeds haar pauze.
Misschien was dat uitmuntend, al klonk dat als een rapportzin met spierballen.
We moesten uitleggen wat de verdienste was.
Niet ophemelen, zei juf Noor.
Ook niet iemand op een voetstuk plaatsen.
Gewoon eerlijk vertellen wat iemand doet.
Ik schreef dat Sara niet rebels was.
Niet tegendraads.
Niet onovertroffen.
Ze kwam gewoon steeds terug.
Ook na falen.
Dat leek mij moeilijker dan gevierd worden.
Toen ik haar naam voorlas, werd Sara rood.
Niet omdat we haar wilden vereren.
Meer omdat iemand had gezien wat zij bleef nastreven.