Voor groep 7
De pot met kleine munten
De sponsoractie begon energiek.
Dat wil zeggen: Sem rende met een geldpot rond alsof hij net vleugels had ontdekt.
Ik ben het kind, en ik mocht de stand bijhouden.
We zamelden geld in om boeken te doneren aan de buurtbibliotheek.
Juf Noor zei dat welvaart niet alleen is hoeveel je zelf hebt.
Het gaat ook om wat je kunt delen.
Dat klonk mooi.
Tot ik mijn eigen muntje in de pot moest doen.
Toen werd mijn filosofie ineens zuinig.
Mees gaf meteen twee euro.
Met hart en ziel, leek het.
Ik gaf twintig cent.
Niet patserig.
Eerder het tegenovergestelde van patserig, als daar een woord voor bestaat.
Mila wees naar het bord: uitwerking hebben op het eindbedrag.
Elke munt kon dat, zei ze monter.
Iedereen wilde succesvol zijn met de actie.
Toch hing het niet alleen af van grote bedragen.
Een kleuter kwam met vijf muntjes van tien cent.
De kleuter keek alsof die goud bracht.
Misschien was dat ook zo.
Aan het eind telden we alles.
De pot was zwaar.
Niet rijk-zwaar.
Samen-zwaar.
Ik begon toen iets irritants te ondervinden: geven kan fijn voelen nadat het al gebeurd is.
Vooraf doet het soms moeilijk.
Achteraf wordt het weldadig.
Juf Noor vroeg wat geluk met anderen te maken had.
Ik zei dat je soms zelf minder munt hebt, maar meer klas.
Niemand lachte.
Dat was verdacht.
Misschien klonk het per ongeluk goed.