Voor groep 5
De snor die bleef plakken
Voor drama moesten we ons vermommen.
Niet echt verdwijnen.
Gewoon zorgen dat je uiterlijk anders werd.
Ik ben het kind, en ik koos een nepbril.
Plus een snor.
De snor kwam uit een doos met verkleedspullen.
Dat rook naar stof en oude optredens.
Mees trok een hoed diep over het gezicht.
"Niemand herkent mij", zei Mees.
Dat was niet waar.
De schoenen verraadden alles.
Ook de manier van lopen.
Mees loopt alsof de vloer verrast is.
De opdracht was geheimzinnig door het lokaal lopen.
Daarna moest de klas raden wie je was.
Sommige kinderen gingen meteen bespioneren.
Ze keken naar sokken, stemmen en loopjes.
Dat mocht.
Het was dramales, geen echte achtervolging.
Ik probeerde kattenkwaad uit te halen.
Klein kattenkwaad.
Ik legde de gum van de juf op de vensterbank.
Twee meter verderop.
Erg misdadig was het niet.
Toch voelde mijn snor ineens zwaar.
De juf keek rond.
"Wie heeft mijn gum verplaatst?"
Ik zei niets.
Mijn snor kriebelde.
Dat hielp niet bij geheimzinnig blijven.
De nepbril zakte ook.
Blijkbaar had mijn gezicht geen geheim talent.
Toen viel de snor half los.
Eerst links.
Daarna rechts.
Ik duwde de snor terug.
Nu zat de snor schuin.
De hele klas zag het.
"het kind", zei de juf.
Niet boos.
Meer alsof ze een puzzel oploste.
Ik pakte de gum en legde die terug.
"Kattenkwaad mislukt", zei ik.
De juf knikte.
"Vermomming ook."
Dat was eerlijk.
Maar de snor bleef daarna aan mijn mouw plakken.
Als bewijs.
Sommige geheimen geven zichzelf aan.