Voor groep 7
Niet mooier dan echt
Voor mediawijsheid kregen we een fletse foto van de klas.
Iedereen keek alsof de pauze net was afgeschaft.
Ik ben het kind, en ik mocht de foto bewerken in een fotobewerkingsprogramma.
Dat klinkt alsof je een toverstaf krijgt met een menu erboven.
Eerst maakte ik een close-up van onze tafelgroep.
Daarna klikte ik op helderheid.
Dat was nog normaal.
Toen vond Mees de knop voor gladde huid.
"Flatteus", zei Mees.
Bij Sem verdwenen zijn sproeten.
Bij Mila werd haar neus kleiner.
Bij mij leek mijn gezicht op een pannenkoek die complimenten had gekregen.
Het werd een fotomontage van mensen die wij bijna waren.
Juf Noor vroeg of dit fotoshoppen nog eerlijk was.
Niemand antwoordde meteen.
Dat is vaak het moment waarop een vraag wint.
We probeerden ook een filter waardoor de lucht dramatisch werd.
Toen leek onze school op een film over storm en geheimen.
Mooi, maar onwaar.
"Wanneer wordt bewerken manipuleren?" vroeg juf Noor.
Ik keek naar de versie zonder sproeten.
Die voelde ineens ongemanierd.
Niet omdat sproeten heilig zijn.
Maar omdat iemand ze gewoon heeft.
We praatten over het schoonheidsideaal.
Dat woord paste nauwelijks in mijn hoofd.
Toch snapte ik het.
Als elke foto gladder moet, lijkt normaal vanzelf fout.
We kozen uiteindelijk voor minder licht en iets meer kleur.
Fatsoen zat blijkbaar ook in een schuifje.
De klas bleef de klas.
Alleen minder alsof de pauze dood was.