Voor groep 7
Niet iedereen op de foto
Juf Noor vroeg of we een gezinsfoto wilden meenemen.
"Mag ook een tekening zijn", zei ze meteen.
Daar was ik blij om.
Niet omdat ik geen foto had.
Omdat foto's soms net doen alsof alles tegelijk duidelijk is.
Ik ben het kind, en bij ons thuis was dat niet zo.
Mijn tante had een nieuwe partner.
Mijn neefje woonde een tijdje in de pleegzorg.
Bij een klasgenoot kwam er een baby in de familie via adoptie.
En bij Mees was een voogd belangrijker dan een oom.
Dat zei Mees gewoon.
Niet verdrietig.
Gewoon zoals je zegt dat je gymtas kwijt is.
Op school legden we de foto's op tafel.
Sommige gezinnen leken doorsnee.
Twee ouders, twee kinderen, een hond die duidelijk de baas was.
Andere foto's waren drukker.
Gezinsleven bleek niet één vorm te hebben.
Juf Noor schreef het woord gezinsuitbreiding op het bord.
Daarna ook gezinscoach.
"Soms helpt iemand een gezin om het thuis beter te laten lopen", zei ze.
Ze schreef ook het woord probleemgezin op.
Toen keek ze streng naar het woord zelf.
"Daar moeten we voorzichtig mee zijn. Een gezin is nooit alleen een probleem."
Dat vond ik een goede zin.
Misschien moest het woord zelf even nablijven.
We maakten een collage.
Niet harmonieus, zei Mila, want haar lijm trok draden.
Maar wel zorgzaam.
Iedereen liet ruimte voor iemand die er niet op stond.
Aan het eind keek ik naar onze tafel.
Geen perfecte foto.
Meer een verzameling manieren om bij elkaar te horen.