Voor groep 7
De doos met bijna verhalen
In de mediatheek stond een archiefdoos voor ons familieproject.
Niet mijn echte familie.
Een oefenfamilie.
Dat voelde veiliger, alsof geschiedenis vandaag een jas van school droeg.
Ik ben het kind, en ik kreeg de map van familie De Ruiter.
Bovenop lag een autobiografie van een vrouw die zichzelf steeds te laat vond.
Daaronder zat een kennisgeving uit de krant.
Geboorte, huwelijk, overlijden.
Alsof een heel leven in drie kleine berichten kon passen.
We moesten uitzoeken wie een bloedverwant was en wie niet.
Het geslacht De Ruiter begon volgens het papier bij een stamvader met een enorme snor.
Daarna kwamen junior en senior door elkaar heen.
Dat was onhandig.
Alsof mensen zichzelf herhaalden met een andere jas.
Mees vond een nakomeling die later burgemeester werd.
Ik vond een nazaat die juist wegliep naar zee.
Die vond ik interessanter.
In de historie van de familie stond ook een vete.
Twee broers spraken elkaar twintig jaar niet, om een geit.
Een roemrucht verhaal, schreef iemand erbij.
Ik vond vooral dat de geit veel macht had.
Er stond ook wie het huis zou erven.
De oudste telg moest de bakkerij opvolgen.
Maar in een brief stond dat die telg liever viool wilde spelen.
Meester Bram vroeg wat we geleerd hadden.
Ik zei dat familie niet alleen is wie na wie komt.
Het is ook wie probeert iets anders te doen.
Hij schreef dat op.
Niet omdat het perfect was.
Meer omdat het bijna een verhaal was.