Voor groep 5
Achter het hek met de bakwagen
Ik ben het kind.
Onze klas mocht achter de schermen kijken.
Dat klinkt spannender dan het rook.
Het rook vooral naar stro.
En naar iets dat niemand hardop wilde noemen.
De verzorger bracht ons naar een hek.
Er hing een bordje: PERSONEEL.
Dat maakte iedereen meteen stiller.
Daarachter stond een bakwagen.
"Dierentransport", zei hij.
Vandaag kwam er een jong zoogdier uit een andere dierentuin.
Geen leeuw.
Geen olifant.
Een kleine tapir.
Ik had nog nooit een tapir van dichtbij gezien.
Van veraf trouwens ook bijna niet.
Mila vond tapir een woord met een neus eraan.
De verzorger vertelde over bedreigde dieren.
Sommige soorten konden uitsterven als mensen niet opletten.
Hij zei het rustig.
Juist daardoor kwam het harder binnen.
Dat maakte de bakwagen ineens minder gewoon.
Niet zomaar vervoer.
Meer een verhuiswagen met verantwoordelijkheid.
Op een bord stond wanneer de dierentuin was begonnen.
De oprichting was lang geleden.
Toen hadden mensen nog hoeden op foto's.
Dat zag je meteen.
We mochten niet dicht bij de wagen komen.
De verzorger hield zijn hand laag.
Alsof zelfs zijn hand rustig moest doen.
Dat was logisch.
Een dier dat net reisde, hoefde geen klas bovenop zijn dag.
Door een kier zag ik een bruine rug bewegen.
Heel even.
Daarna niets.
Sam zuchtte.
"Ik zag vooral achterkant."
"Dat is ook natuur", zei juf Noor.
De verzorger lachte.
Later bij de uitgang dacht ik aan uitsterven.
Dat woord bleef groter dan tapir.
Maar die bruine rug maakte het woord ook echter.
Je kon uitsterven niet aaien.
Maar je kon wel ineens snappen dat het ergens over ging.