Voor groep 5
Warm glas in het reptielenhuis
Dag Mees,
Ik schrijf dit uit het reptielenhuis.
Niet letterlijk.
Daar mag je niet zitten schrijven op de grond.
Ik schrijf het thuis, maar mijn hoofd is er nog.
Mijn sokken voelen zelfs nog warm.
Dat kan niet echt.
Maar zo lijkt het wel.
Het reptielenhuis was tropisch warm.
Mijn bril besloeg bijna.
En ik heb niet eens een bril.
Dat zegt genoeg.
Achter het eerste glas lag een slang.
Helemaal stil.
Alsof iemand de slang had getekend.
En daarna vergeten was af te maken.
Op het bord stond dat dit het territorium van de slang was.
Een eigen gebied dus.
Ik vond dat eerlijk.
Mijn kamer is ook mijn territorium.
Alleen luistert niemand daarnaar.
Sam tikte niet op het glas.
Dat stond duidelijk op het bord.
Bovendien keek de slang alsof die klachten kon bewaren.
Verderop stond een bak met koraal.
Er zat licht boven dat blauw leek.
Alles bewoog heel langzaam.
Niet alles in een dierentuin heeft poten.
Dat vond ik een goede zin voor later.
Misschien voor een spreekbeurt.
Of voor als iemand te zeker doet.
Koraal leek op steen.
Maar het hoorde toch bij levende natuur.
De verzorger vertelde dat sommige dieren jongen baren.
Andere leggen eieren.
Mila vroeg of slangen dan baby-slangen kregen of slangetjes.
De verzorger zei: "Allebei klinkt goed."
Dat vond ik netjes.
Bij de uitgang was de lucht ineens koel.
Mijn jas voelde overbodig.
In het reptielenhuis had ik iets geleerd.
Warm kan ook moe maken.
En dat stil liggen niet hetzelfde is als saai zijn.
Soms is stil liggen juist verdacht goed gedaan.
Groet, Het kind