Voor groep 8
De petitie voor het plein
Het oude plein naast school zou verdwijnen.
Niet helemaal.
Maar genoeg om iedereen opeens te laten buurten alsof we al jaren volwassenen waren.
Ik ben het kind, en ik zat in de werkgroep herinrichting.
Dat klonk officieel.
In werkelijkheid zaten we met limonade rond een plattegrond en wees Sem steeds naar dezelfde plek voor een pannakooi.
Mila zei dat inspraak betekent dat je luistert, niet alleen harder praat dan de rest.
Daarom moesten we omwonenden vragen wat die belangrijk vonden.
Sommige mensen wilden behoud van de oude kastanjeboom.
Anderen vonden een extra fietsenrek een aanwinst.
Een betrokkene van de speeltuin vroeg of het plein ook in een behoefte kon voorzien voor kleinere kinderen.
Sem fluisterde dat kleine kinderen ook behoefte hadden aan pannakooi kijken.
Dat werd niet genoteerd.
Er ontstond onenigheid over de bankjes.
Voorstander van veel bankjes: opa's, ouders en iedereen die graag ergens zit met een mening.
Tegenstander: de gymdocent, want bankjes worden volgens hem vanzelf hindernissen.
Ik probeerde ergens achter te staan en toch niet gemeen te kijken naar mensen die iets anders wilden.
Dat was moeilijker dan het klonk.
We moesten zelf een petitie opstellen.
Niet tegen alles.
Voor een plein met boom, bankjes, fietsenrek en een kleine kooi.
De gemeenteraad zou er later naar kijken.
Toen iemand zei dat hangjongeren vast alles kapot zouden maken, werd Mila emotioneel boos.
Niet schreeuwend.
Wel precies.
Je kunt geen groep mensen alvast verdacht maken, zei ze.
Daarna viel er een woordenwisseling die eigenlijk een woordengevecht was.
Aan het eind waren we verbijsterd moe.
Maar het plan was beter dan in het begin.
Niet omdat iedereen won.
Omdat iedereen er tenminste in stond.