Voor groep 7
De druppel met tentakels
Onder de microscoop lag een druppel slootwater.
Dat klinkt niet als een avontuur.
Tot je ziet dat een druppel blijkbaar huurders heeft.
Ik ben het kind, en ik mocht scherpstellen.
In beeld bewoog iets met een tentakel.
Niet groot.
Eerder minuscuul met overdreven zelfvertrouwen.
Mees fluisterde dat het vast venijnig was.
Meester Bram zei dat we niet elk vreemd ding meteen gevaarlijk moesten noemen.
Sommige vormen zijn gewoon speling van de natuur.
Dat vond ik een mooie zin.
Alsof natuur soms per ongeluk tekent en daarna zegt: prima zo.
Op een kaart zagen we ook een parasiet.
Die leeft op of in een ander organisme.
Dat klonk onbeleefd.
Maar in de natuur is beleefdheid geen vak.
Een ander plaatje ging over kannibalisme.
Daarbij eet een dier een soortgenoot.
De klas werd meteen heel stil.
Juf Noor zei dat we het feitelijk moesten bekijken.
Niet griezelen om het griezelen.
Bij de volgende opdracht moesten we reflecteren.
Wat maakt iets vreemd?
Ik schreef: soms vinden wij iets raar omdat wij geen tentakels hebben.
Mila tekende een dier met zes ogen en noemde het haar huisdier.
Dat was excentriek, maar niet fout.
Aan het einde moesten we een dier opensperren op papier.
Niet echt.
Gewoon de bek tekenen en labels zetten.
Ik tekende te veel tanden.
Meester Bram zei dat mijn fantasie groter was dan het dier.
Dat leek me bij biologie soms ook een risico.